CONCEPT. ER VOLGEN NOG ENKELE FOTO'S

 

Ze gunden elkaar alles, zichzelf niets.

Vijf jaren vol verderf en dood, uiteindelijk die van hemzelf. Maar Ton kende heel gelukkige tijden in de laatste twee.

Een mislukte ontmoeting met een verzetsstrijder werd in de zomer van 1943 een fortuin voor zijn hart. De man die hij zou spreken bij de familie Kwant in Dedemsvaart kwam niet opdagen. Wel zag de koerier daar de leuke dochter van de heer des huizes. Met zijn zwervend bestaan aarzelde hij enige dagen, maar zocht haar uiteindelijk op. Flirtend op een bij de tijd passende wijze? Als 95-jarige vertel je dat niet zo snel tegenover een onbekende interviewer. Maar uit alles merk ik: Het klikte, zoals we dat in de 21 e eeuw noemen.

Het gezin Kwant deed meer dan wel eens toegang verlenen aan de ondergrondse voor een bespreking. Het had een Joodse onderduikster, Ellen van Dam, dochter van een Amsterdamse textielbaron. ,,Ze had van die prachtige kleren bij zich,’’ weet Joke kwant driekwart eeuw later nog. De ‘logé’ daarentegen wilde in dit huis ook wel eens een overgooier aantrekken, net als Joke en haar zussen. Hun moeder maakte er één.

Ze paste zo goed bij het gezin Kwant dat ze geregeld buiten kon komen, daar zelfs is gefotografeerd. Toch moest ze later in de oorlog naar een ander adres vluchten. Zoals zo vaak als er bijvoorbeeld een aanwijzing was dat de vijand vermoeden kreeg van een kind dat ergens ‘niet thuis hoort’. Het is niet bekend of ze de oorlog overleefde.

De liefde tussen Joke en Ton groeide snel. De hoogbejaarde lacht geregeld als alleen de tijd voor de arrestatie ter sprake komt. Na zijn executie en diepe rouw een nieuw leven opgepakt met Oene Meek, ook in het verzet gezeten. Vijf kinderen met hem gekregen, Ton Bons nooit helemaal vergeten.

Een angstige, maar ook humoristische herinnering was de keer dat hij alleen in het huis van een tante, Roelie Kwant, mocht wonen. In een gebied dat geregeld werd gebombardeerd. Tante Roelie logeerde daarom in de kruidenierswoning. Ton mocht wel in dat huis slapen, hij was niet bang. ,,Totdat hij op een nacht met zijn pistool door een vaas van Tante Roelie schoot. Ton had altijd een pistool bij zich en kreeg een verschrikkelijke nachtmerrie. Mijn tante was gehecht aan die vaas, maar omdat het zo gebeurde lachte ze erom, zei het niet erg te vinden.’’

Kenmerkend voor de spanning waarmee de pilotenhelper dag-in-dag-uit leefde. Soms echte angst, want waar onderschepte vliegers vaak nog in krijgsgevangenschap belandden, hadden de Duitsers geen genade voor hun burgerlijke helpers.

Het stel ontmoette elkaar in driekwart jaar steeds vaker in haar ouderlijk huis, tot die vroege ochtend van 2 juli 1944. De avond tevoren was Ton na een slopende dag laat gearriveerd, met een cadeau voor Joke. In haar slaapkamer boven de bakkerij achter de winkel bood hij een polshorloge aan van een piloot, geschonken uit dank aan zijn helper.

Na 74 jaar is deze herinnering aan de liefdesuiting nog onuitwisbaar. ,,Dat heb jij gekregen en blijft van jou, zei ik steeds.’’  Ze gunden elkaar alles, zichzelf niets.

Het uurwerk bleef liggen op het nachtkastje. Ton was te moe voor discussie en viel in een diepe slaap. Om vroeg in de ochtend direct klaar wakker te worden van gestommel onder uit de bakkerij. Hij vluchtte snel door het raam, voordat een SD-commando de slaapkamer in stormde.

De achterzijde van het huis was onbewaakt. Via de dakgoot liep hij naar het raam van naastliggend pand, waar hij kon schuilen bij een verpleegster. ,,De goede richting’’, blikt Joke terug. ,,Als hij de andere kant op was gegaan, was hij bij een NSB’er beland.’’

Het herenhorloge werd gevonden, de kamer meteen doorzocht, maar gelukkig was Ton het pistool, dat hij altijd bij zioch had, niet gevonden. Toch werd Joke’s vader meegenomen, kwam pas drie weken later terug. Joke herinnert zich striemen op zijn rug, waarover hij niet veel vertelde.

,,Had ik dat horloge nou maar gewoon meteen bij me gestoken’’, verwijt ze zichzelf, ongetwijfeld voor de zoveelste keer. De vondst van het kleinood kan er aan hebben bijgedragen dat mijn neef opgejaagd wild van de SD werd, wellicht maakte het niets uit, wisten de ‘jagers’ al genoeg.

Mijn neef verstopte zich in een hooiberg in buurtschap De Krim, luttele kilometers van Dedemsvaart. Joke herinnert zich een krabbende geliefde, vanwege de insecten. Ton Keerde terug naar huis in Amsterdam. Blijkbaar hadden de Oost-Nederlandse speurders zijn hoofdstedelijke afkomst niet getraceerd.  


De liefde bleef intens, voornamelijk in briefwisselingen, maar ook in een enkele langdurige ontmoeting met een verloving. Dat volgt later in hoofdstuk ….. 



Proeven met beelden. (voor de jerst volgt veel meer)