CONCEPT

Alle hoofdzaken en beeldmateriaal staan er nu wel in, maar aan de teksten ga ik nog 1-2 x schaven, in het bijzonder nog eens  kritisch bekijken hoe ik mijn eigen rol beschrijf.  

Ondanks regelmatig tippen van het verzet over Duitse acties kreeg een politieagent in Dalfsen een strafoverplaatsing. Omdat hij ook bevelen van de vijand had opgevolgd. Dat het verzet hem vroeg de politiedienst vanwege zijn nuttige informatie niet te verlaten, telde later niet. En hoewel ze onmiskenbaar een heldin was, is het Niod nog zoekende naar meer informatie over Koosje Seigers. Over wat voor mij hoofdzaak was in de lezingen in Dalfsen op 19 september 2018 mocht ik erkenning zien.

Bevestiging 

Veel van wat Niod-onderzoeker Erik Somers en de voor Dalfsen primaire spreker, de ‘eigen’ amateurhistoricus Henk Makkinga vertelden, staat al in deze site.  Foto’s van instructie met gedropte wapens op verborgen zolders liet de eerste zien, onvergelijkbaar met de twee foto’s in open veld, waar elk moment een Duitse patrouille kon passeren. Leuk was dat op zo’n zolderkamer-foto de ooit wereldberoemde arbiter Leo Horn (2 x Europacup 1, grensrechter WK finale 1962) stond, in de zaal vooral bekend omdat het gros van de bezoekers grijskoppig was.

De enige andere buitenshuis gemaakte foto die de eerste Niod-spreker toonde, was die van de ondergrondse in Oudewater. In buitgemaakte Duitse uniformen, gebruikt bij diverse overvallen op Duitse voedseldepots. Pas na de bevrijding stellen ze zich zo op voor de lens.

(Dit vermeld ik enkel om de unieke waarde van de twee foto’s in het Vechtdal te accentueren, niet om de Oudewater groep en haar daden te bagatelliseren.  Wel sluit het aan bij mijn internet-zoektocht in 2016 naar verzetsgroepen die zich gewapend lieten fotograferen. Zllemaal na de bevrijding, zie de pagina 'fotocollage van verzetsgroepen'. )

Rond 18 september 1944 is wel een heel onbezonnen foto zonder wapens gemaakt.

Een dankbetuiging bij voorbaat voor de bevrijders, in Benschop, nog verder weg van Arnhem. Uiterst voorbarig vanwege de enorme omvang van deze groep verzetsmensen, onderduikers en 'onderduikbieders'. ,,Veel afdrukken gemaakt en verspreid,’’ vertelde Somers. Uiteraard vond de vijand er enkele. Het werd me niet duidelijk hoeveel slachtoffers dit in zeven bezettingsmaanden kostte, wel minstens negen gefusilleerd. 

(Viel nog mee, durfde ik bij mezelf te denken. De foto’s van Jan Houtman waren gelukkig beter beveiligd, ook onvindbaar na diens laffe executie.)

Dr. Hinke Piersma beschreef hoe de fotograaf van de Dalfser foto, agent Toorn, de oorlog in een verschrikkelijke spagaat doorbracht. Hij tipte geregeld het verzet over Duitse acties, moest anderzijds enkele keren onderduikers arresteren, ook Joden naar de trein brengen die (als ik het goed begreep) met luidruchtige ruzies hun onderduikadres in gevaar brachten. Probeerde wel medewerking aan de vijand te voorkomen, maar kon er niet altijd onderuit om verdenking te voorkomen.  Toen hij wilde vluchten omdat de ‘foute opdrachten' teveel aan zijn geweten knaagden, vroegen zijn verzetscontacten daarvan af te zien. Wegens zijn nuttige informatie.

 

Hij deed het, kwam na 1945 voor een zuiveringscommissie. Een gezelschap Dorknopers? De formeel vastgestelde medewerking aan de vijand werd hem zwaarder aangerekend dan zijn rol in het verzet.

Niod-onderzoeker Anne van Mourik  besteedde aandacht aan vrouwen in verzet en zoomde in op Koosje Seigers , later Koosje Vogelaar. Vrouwen leken voornamelijk ondersteunend, toen haar eerste man in juni 1944 werd gearresteerd nam zij alle initiatieven door piloten direct uit de schuilplaats van Ommen naar Lemelerveld te evacueren. Zij is bij een andere actie opgepakt, verbleef zelfs in het 'Oranjehotel'. 

(De  gevangenis van Scheveningen kreeg die bijnaam omdat daar vooral 'toppers'in het verzet werden opgesloten, vaak ook gemarteld. Het bleek me dat zelfs Niod-medewerkers soms lange zoektochten maken langs regionale en gespecialiseerde oorlogsarchieven om een enkele vrouw ‘in kaart te brengen’. Het Niod heeft lang niet alle oorlogsdocumentatie in eigen huis. Het bedrukt me een beetje omdat ik nog steeds een echt begin moet maken met de Amsterdamse periode van mijn moedige familie. Voor Ton de helft in de hoofdstad, voor vader Dirk, broer Co en zus Joke volledig.)


De redeneringen in de vorige pagina (Nauwkeuriger geschiedschrijving) zijn overgenomen door Erik Somers. Hij noemde één keer mijn naam, door 90% van de Dalfser bezoekers alweer vergeten. Dat hij ergens als wetenschapper een voorbehoud maakte herinner ik me niet, maar is goed denkbaar. Toch, met de kennis van nu is sprake van een toevoeging aan de WO2-geschiedenis, vind dat ik mezelf een gevorderd amateurhistoricus mag noemen.

Geplaatst september 2018