Vergeten Verzet van Dirk Bons en zijn zoons

               Vernoemd in een Amsterdamse straat, daarna weinig genoemd

concept.  Er volgen nog enkele foto's

Vervolg op de eerder beschreven groeiende oorlogsliefde

Als een weduwe

Ton vluchtte naar Amsterdam toen de geallieerden al een sterk bolwerk hadden veroverd in Normandië. Dat een einde zou komen aan de bezetting stond vast, met ook die massa’s overvliegende bommenwerpers konden de nazi’s dit toch nooit lang volhouden?

In die hoopvolle dagen ging Joke vanuit Dedemsvaart op familiebezoek in Pijnacker, dichter bij de hoofdstad. Eind augustus stond Ton opeens op de stoep van het logeeradres. Op 27 augustus vroeg hij haar zich met elkaar te verloven, ze omhelsde hem direct. Een ceremonie in een gemeentehuis was, zeker voor een verzetsman, ondenkbaar. Na de oorlog zouden ze trouwen, twee verlovingsringen bewezen een vast vertrouwen in die toekomst samen.

Ton keerde terug naar Amsterdam, Joke was nog in Pijnacker tijdens Market Garden. De spoorwegstaking hield haar vier maanden vast, totdat haar vader haar op de fiets kwam halen. In de late herfst ruim honderd kilometer achterop de bagagedrager. Een echt stalen ros dus, zwaae en zonder versnelling. Een tussenstop ergens in Utrecht was nodig. In de bakkerij van Lemelerveld was meer te eten dan in het westen, terwijl in Pijnacker iets meer voedsel over bleef voor anderen.

In die maanden groeide een intenser correspondentie tussen de verloofden. Joke breide een trui voor Ton, die meer dan hartverwarmend zou worden in de komende strenge hongerwinter. Haar verloofde droeg die heel vaak. Tot het laatst.

Op 27 maart 1945 vierde Joke Kwant thuis met haar broers en zussen haar verjaardag. Ook in Amsterdam felicitaties voor Ton omdat zijn aanstaande jarig was. Nauwelijks feest omdat de SD de familie en de verzetsgroep op de hielen zat. Het kleinere gezin was de eigen woning aan de Witte de Withstraat ontvlucht naar de Händelstraat. Broer Ko revalideerde elders van de schotwond in zijn been. ’s Avonds vergaderde de rest van de verzetsgroep en werd die opgerold. (Arrestatie)

Joke was gewend aan de regelmatige ontvangst van liefdesbrieven, met soms enige beschrijving van het verzet. Die post kwam niet meer, andere communicatie stokte ook. Tijdens de bevrijding van het Vechtdal, 11 april 1945, werd Ton gefusilleerd in Zijpersluis. 

Zelfs na de officiële bevrijding op 5 mei leefde ze lang in het ongewisse. De communicatie in het land bleef lang slecht, de terdoodveroordeling door Willy Lages  bleef lang onbekend. Er bleef daarom hoop, maar steeds meer overlevenden uit gevangenschap meldden zich. De lijst vermisten slonk.

Pas aan het einde van de maand ontving vader Kwant een briefje van Co Bons. De boodschapper vroeg hem het nieuws voorzichtig te melden, maar hij was niet in staat de goede woorden te vinden, om de onheilstijding  zelfs maar voor te lezen. Hij gaf het zogenaamde ‘kattenbelletje’ aan zijn dochter. Al zagen ze elkaar niet eens zo vaak, bijna twee jaar was ze zielsgelukkig met haar Ton.

Ze rouwde als een weduwe.

Joke ging naar Amsterdam en kreeg langdurig onderdak van de weduwe Bons. Samen gingen zij naar de identificatie .

Ze bleef nog lang in de stad van haar geliefde, ging werken bij een advocatenkantoor. Ze trouwde later met Oene Meek, ook een verzetsman en inmiddels overleden. Joke heeft vijf kinderen, negen kleinkinderen en zes achterkleinkinderen.

De kinderen ontwikkelden een groeiende empathie voor het liefdesverhaal van hun moeder.

Ton Meek, met zijn doopnaam Antonie naar hem vernoemd, ging zijn zegelring dragen  

Peter Meek stuurde mij de twee foto’s van het huis van de familie Kwant zoals het er rond de oorlog uit zag.

Maar vooral de aandacht waarmee dochter Evelyn en haar echtgenoot, geschiedenisleraar Jan Kelderman, de oorlogsherinneringen van hun (schoon)moeder vastlegden in veel gesprekken, is bijzonder. Dat leidde onder andere tot een voordracht van een lesuur in het kader van de Dodenherdenking. Geheel gewijd aan een wreed beëindigde liefde, met een mooie powerpoint-presentatie.

Evelyn hield die voor acht klassen. Daaronder de groepen zeven en acht van de Tiende Montessorieschool in Amsterdam, die het monument in de Witte de Withstraat adopteerde.